Artikel 1.

De vereniging is genaamd: “DEPARTEMENT KAMPEN VAN DE MAATSCHAPPIJ TOT NUT VAN ‘T ALGEMEEN”.

Zij is gevestigd te Kampen.

Artikel 2.

De vereniging is een vereniging in de zin van de statuten der Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen.  Zij verenigt ten minste twintig leden der Maat­schappij.              

Haar statuten worden van kracht door erkenning vanwege de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 van de sta­tuten dier Maatschappij.      

Artikel 3.           

Het doel der vereniging is het maatschappelijk en cultureel welzijn van individu en gemeenschap te be­vorderen, onafhankelijk van enige levensbeschouwelij­ke, politieke of economische groepering.

Artikel 4.             

De vereniging erkent en aanvaardt de statuten der Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen ook overigens als grondslag van haar statuten en reglementen.       

Artikel 5.            

De vereniging kent leden en ereleden. 

Artikel 6.                                            

Lid der vereniging kan worden iedere natuurlijke persoon die bereid is het doel der vereniging na te streven en jaarlijks een geldelijke bijdrage af te staan aan de kas der vereniging en aan de algemene kas der Maatschappij tot Nut van 1t Algemeen, welke bijdrage wordt vastgesteld door de jaarvergadering der vereniging respectievelijk door de algemene ver­gadering der Maatschappij. Ereleden betalen geen contributie. Zij hebben dezelfde de rechten als leden.

Artikel 7.            

Om lid te worden moet men zich aanmelden bij het bestuur.    

Het bestuur is bevoegd leden aan te nemen, nadat het zich heeft vergewist van de bereidheid bedoeld in artikel 6 van deze statuten. 

Wanneer het bestuur een natuurlijke persoon op diens aanmelding niet aanneemt als lid, dient het bestuur deze persoon binnen zes weken na de aanmel­ding daarvan te berichten.       

In het geval bedoeld in lid 3 van dit artikel zal het bestuur, na ontvangst van een daartoe strekkend schriftelijk verzoek, de aanvrage plaatsen op de a­genda en convocatie van de eerstvolgende ledenvergadering als bedoeld in artikel 13 van deze statuten, in welk geval de ledenvergadering met een meerder­heid van twee/derde der geldige uitgebrachte stemmen

over de toelating tot het lidmaatschap beslist.  

Artikel 8.            

De benoeming van ereleden geschiedt door de leden­vergadering op voordracht van het bestuur of van meer dan tien van de leden van de vereniging, die hiertoe een schriftelijk verzoek met toelichting bij het bestuur moeten indienen. Tot erelid kunnen wor­den benoemd leden die zich voor het departement bij­zonder verdienstelijk hebben gemaakt;     

behoudens het bepaalde in artikel 15 lid 2 van de statuten der Maatschappij.   

Artikel 9.            

De leden hebben het recht alle ledenvergaderingen van de vereniging bij te wonen en aan de stemmingen deel te nemen, tenzij in de statuten anders is be­paald. Ieder lid der vereniging heeft in de leden­vergadering één stem.

Artikel 10.          

Het lidmaatschap van leden en het erelidmaatschap vervalt: door schriftelijke opzegging aan het bestuur, die om bij het einde van het verenigingsjaar van kracht te kunnen zijn, voor een december van dat jaar moet plaats hebben; door een besluit van de ledenvergadering, genomen met een meerderheid van twee/derde van de stemmen, hetzij op voorstel van het bestuur, hetzij op schriftelijk en ondertekend voorstel van tenminste tien leden;          

door overlijden van het lid;        

d. door schorsing conform het inzake schorsing be­paalde in artikel 13 lid 6 van deze statuten.                  

Artikel 11.          

De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de contributies van de leden. Zij bestaan voorts uit subsidies, erfstellingen en legaten, giften, rente uit kapitaal en toevallige inkomsten.        

Het bestuur houdt van deze geldmiddelen zodanig aantekening dat daaruit te allen tijde inzicht kan worden verkregen in de stand van het vermogen der vereniging.  

Het bestuur verenigt de gegevens der geldmiddelen en der uitgaven over elk verenigingsjaar in een ba­lans en een staat van baten en lasten; het legt dit geheel als jaarrekening met toelichting binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar voor aan de ledenvergadering, de door de voorafgaande leden­vergadering aangewezen financiële commissie dan wel registeraccountant, mede gelet op het bepaalde in artikel 17 lid 5 van de statuten der Maatschappij.  

Het bestuur legt, tezamen met de jaarrekening be­doeld in lid 3 hierboven, de begroting van inkomsten en uitgaven over het lopende verenigingsjaar aan de ledenvergadering voor ter goedkeuring.           

Artikel 12.          

Het beleid van de vereniging wordt bepaald door de ledenvergadering. Deze komt ten minste een maal per jaar bijeen en voorts in gevallen dat het be­stuur het nodig oordeelt.            

De ledenvergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur onder schriftelijke opgave van de te behan­delen onderwerpen, ten minste zeven dagen voor de datum der vergadering, aan de adressen der leden.       

Een ledenvergadering dient eveneens te worden be­legd indien ten minste tien leden hun wens daartoe, onder opgaaf van de te behandelen punten, aan de voorzitter kenbaar hebben gemaakt. Geeft het bestuur binnen drie weken aan dit verzoek geen gevolg, dan is het hoofdbestuur van de Maatschappij gerechtigd op schriftelijk verzoek van de aanvragers tot het uitschrijven van de gewenste ledenvergadering over te gaan.             

Artikel 13.          

De ledenvergadering belast een bestuur met de uit­voering van het beleid;         

Het bestuur der vereniging bestaat uit ten minste vijf leden der vereniging, aangewezen bij besluit van de ledenvergadering.          

Tot ten hoogste een/derde deel van het aantal be­stuursleden kan de ledenvergadering ook niet-leden benoemen in het bestuur, voor zover deze niet-leden representatief worden geacht voor een groep belang­hebbenden in verband met enige instelling van de ver­eniging.

Zij die in dienstbetrekking staan tot de vereniging kunnen geen zitting hebben in het bestuur, tenzij de wetgever anders heeft bepaald.  

De bestuursleden hebben zitting gedurende een pe­riode van vijf jaar. Na het einde van deze periode zijn zij herkiesbaar. Tot bestuursleden kunnen niet worden gekozen of herkozen zij die de leeftijd van vijf en zestig jaar hebben bereikt. Het bestuur legt het rooster van aftreden voor aan de ledenvergade­ring.          

Het bestuur is ter uitvoering van besluiten der ledenvergadering bevoegd tot het sluiten van over­eenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwa­ren van registergoederen, het sluiten van overeen­komsten waarbij de vereniging zich als borg of hoof­delijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor de schuld van een derde verbindt, behoudens de goedkeu­ring vereist krachtens artikel 13 lid 2 van de sta­tuten der Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen.

Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.     

Het bestuur vertegenwoordigt, behoudens het be­paalde in lid 4 van dit artikel en het bepaalde in artikel 14 van deze statuten, de vereniging in en buiten rechte. Voor het bestuur kunnen daarbij op­treden twee bestuursleden tezamen in de functie van voorzitter, secretaris of penningmeester of, bij ontstentenis, van hun plaatsvervangers. In een be­paald geval, bij het besluit van het bestuur te omschrijven, kan het bestuur één persoon uit zijn mid­den machtigen om een besluit van het bestuur uit te voeren.          

Het bestuurslidmaatschap eindigt vóór het aflopen van de termijn die het rooster aangeeft:     

Op schriftelijk verzoek van het bestuurslid;        

Bij besluit van de ledenvergadering genomen met een meerderheid van twee/derde der geldig uitge­brachte stemmen overeenkomstig een advies van het bestuur;    

Door schorsing bij besluit van het bestuur, met dien verstande dat de schorsing na negentig dagen au­tomatisch is opgeheven.      

Tot de maatregelen hierboven genoemd sub b en c zijn bestuur en ledenvergadering alleen dan bevoegd wan­neer is vastgesteld dat het aanblijven van het be­stuurslid de vereniging ernstige schade zou toebrengen, dan wel dat het bestuurslid handelt in strijd met wetten, statuten en reglementen welke op de vereniging toepasselijk zijn.      

Het bestuurslid tegen wie een dezer maatregelen is genomen, kan zich beroepen op het hoofdbestuur der Maatschappij dat, de Geschillencommissie der Maat­schappij gehoord, een voor de vereniging bindende uitspraak doet.    

Artikel 14.          

Het bestuur kan zich doen bijstaan door een of meer commissies van advies of beheer.

In elk van deze commissies dient ten minste een be­stuurslid zitting te hebben.

Het bestuur kan de vertegenwoordiging van de vereni­ging in en buiten rechte delegeren aan twee leden van een commissie van advies of beheer, voor zover het zaken betreft die deze commissie aangaan volgens omschrijving in het huishoudelijk reglement.           

Artikel 15.          

De ledenvergadering stelt een huishoudelijk regle­ment vast, waarin bepalingen moeten worden opgenomen omtrent de interne inrichting van de vereniging.

Het huishoudelijk reglement behoeft de goedkeuring van het hoofdbestuur van de Maatschappij. Het mag geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met deze statuten of met de Wet van de Maatschappij.    

Wijziging van het huishoudelijk reglement kan ge­schieden op voorstel van het bestuur dan wel op schriftelijk voorstel van ten minste tien leden. Wij­zigingen behoeven een meerderheid van twee/derde van de in de ledenvergadering uitgebrachte stemmen.

Wijzigingen in het huishoudelijk reglement behoeven eveneens de goedkeuring van het hoofdbestuur van de Maatschappij.  

Artikel 16.          

Het verenigingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 17.          

Deze statuten behoeven de goedkeuring van het hoofd­bestuur van de Maatschappij. In deze statuten kunnen wijzigingen worden aangebracht op voorstel van het bestuur dan wel op schriftelijk voorstel van ten minste tien leden. Wijzigingen behoeven een meerder­heid van twee/derde van de in de ledenvergadering uitgebrachte stemmen. Zij behoeven eveneens de goed­keuring van het hoofdbestuur van de Maatschappij.      

Artikel 18.          

1. Tot ontbinding van de vereniging kan slechts wor­den besloten door een uitsluitend tot dit doel beleg­de ledenvergadering, waartoe de leden vier weken te­voren hoofdelijk zijn opgeroepen met vermelding van het doel der vergadering in de oproep en met kennis­geving van de in dit verband te nemen besluiten.          

In deze vergadering moet ten minste de helft van het aantal der leden aanwezig zijn. De besluiten moeten tot stand komen met een meerderheid van twee/derde van het aantal uitgebrachte geldige stemmen. De op­roep gaat uit van het bestuur der vereniging, doch niet dan na overleg met het hoofdbestuur der Maat­schappij. De oproep kan uitgaan van het hoofdbestuur der Maatschappij wanneer duidelijk is dat de vereni­ging en haar bestuur niet functioneren overeenkomstig het in deze statuten en in de statuten der Maatschap­pij bepaalde. In dit geval wijst het hoofdbestuur de

voorzitter en de notulist van de vergadering aan.            

Indien in deze vergadering het vereiste quorum niet aanwezig is, dan wordt voor een datum, niet vroeger dan drie en niet later dan zes weken na de eerste vergadering, door het bestuur op bovenomschre­ven wijze een nieuwe vergadering met hetzelfde doel uitgeschreven. Deze vergadering kan besluiten tot ontbinding of opheffing, wederom slechts met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stem­men, maar onafhankelijk van het aantal aanwezige le­den.           

Tot ontbinding of opheffing van de vereniging kan nimmer besloten worden zolang ten minste twintig le­den zich daartegen verzetten. Wanneer het ledenaan­tal is gedaald beneden de twintig, stelt de leden­vergadering de ontbinding der vereniging vast op grond van artikel 2 lid 2 van deze statuten en han­delt vervolgens overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 18 lid 4 van deze statuten, na overleg met het hoofdbestuur der Maatschappij.    

Bij het besluit tot ontbinding of opheffing wordt tevens, met inachtneming van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, beschikt over de rechten en ei­gendommen van de vereniging, en wel in overeenstem­ming met de oorspronkelijke bestemming, en steeds zodanig dat die rechten of eigendommen nimmer in het particulier vermogen van de overblijvende leden kun­nen komen.      

De ontbinding of opheffing wordt niet eerder van kracht dan zes weken na het daartoe strekkende be­sluit van de ledenvergadering en eerst nadat het hoofdbestuur van de Maatschappij heeft vastgesteld dat door de vereniging aan de in deze statuten ge­stelde voorwaarden is voldaan.  

Artikel 19.          

In gevallen waarin de statuten of het huishoudelijk reglement niet voorzien, of bij twijfel omtrent de strekking van het daarin bepaalde, beslist het be­stuur.